RT

 
     Welkom op de pagina van de RT!  
 
                       
Een remedial teacher (ook: rt'er) (uit het Engels letterlijk een leraar die verbetert) verleent hulp aan leerlingen met leerproblemen, gedragsproblemen of sociaal emotionele problemen. Het is ook mogelijk dat een rt-er hulp biedt aan hoogbegaafde leerlingen voor wie er te weinig aanbod in de groep is.
 Bij de remedial teaching op onze school worden leerlingen, na aanmelding door de leerkracht of intern begeleider, onderzocht met behulp van een intakegesprek, toetsen en/of observaties. De remedial teacher probeert op die manier een beeld te krijgen van welke zaken de leerling beheerst en met welke er precies een probleem is. Als er eenmaal een diagnose is gesteld, wordt ook een handelingsplan met doelen gemaakt, die de begeleiding voor een vaste periode vastlegt. Wat hierna volgt is de remedial teaching, die is afgestemd op de talenten, competenties en tekorten van deze leerling . De bedoeling is dat de leerling na deze periode vaardigheden bezit om met de stoornis om te gaan, en dat hij of zij weer met de eigen groep kan meedoen. Soms zijn de problemen dermate groot dat blijvende ondersteuning op dat gebied geboden is.
 
      
 
Remedial teaching is geen bijles, want daarbij gaat het om specifieke vakkennis die voornamelijk herhaald wordt. Soms gebeurt dit ook wel door de rt-er, een leerkracht of de onderwijsassistente.
Ook kan het gebeuren dat kinderen door de eigen leerkracht met behulp van de rt-er, een leerkracht of onderwijsassistente voorinstructie krijgen. De leerlingen krijgen dan al een probleem aangeboden wat later die week in de klas aan bod komt De leerlingen zijn dan beter betrokken bij de les en kunnen hierdoor deze les beter volgen. Dit is een vorm van begeleiding die er vooral op gericht is om grotere problemen met de leerstof te voorkomen.
 
   
 
Op onze school vindt de begeleiding plaats op de gebieden lezen, rekenen, spelling, taalvaardigheid, woordenschat, schrijven en bij sociaal emotionele of gedragproblemen. De hulp kan plaats vinden in de groep maar ook buiten de groep. Vaak wordt aan de ouders gevraagd hulp of ondersteuning te bieden als dat mogelijk is d.m.v. huiswerk of wordt het behandelde onderwerp meegegeven naar huis ter kennisgeving en om er thuis met het kind over na te kunnen praten. Op de ouderavonden is er de mogelijkheid om te spreken met de rt-er en ook als er vragen zijn omtrent de begeleiding kan dit op afspraak voor, tijdens of na schooltijd.
 
 
  
 
 
Lezen:                                                                                                                      
In groep 3 wordt bij het leren lezen eerst altijd gekozen voor voorinstructie om eventuele problemen te voorkomen. Dit vindt plaats in een kleine groep door afwisselend de eigen leerkracht en de onderwijsassistente en soms ook met hulp van een andere leerkracht of de rt-er. De nieuw te leren letters en klanken worden op allerlei manieren verkend. De eerder aangeboden letters en woordjes worden geflitst (door snelle benoeming herhaald). Er wordt aandacht besteed aan auditieve en visuele synthese en analyse (plakken en hakken). Mocht dit nodig zijn dan kan er na het aanleren van de letters na een evaluatiemoment besloten worden alsnog rt te geven of bij voldoende resultaten te stoppen met de voorinstructie.
 
  
 
Voor de rt van lezen vanaf groep 4 is ervoor gekozen om dicht bij de in de groepen gebruikte technisch  leesmethode te blijven. We gebruiken daarvoor de Leesweg plus. De leerlingen krijgen ongeveer 1x per 3 weken een startblad met woorden. Zelf houden ze hiervan hun vorderingen bij door in een grafiekje in te kleuren hoeveel woorden ze goed hebben en hoe lang ze over het lezen van deze woorden doen. Na 3 of 4 weken intensief oefenen met deze woorden in rijtjes en teksten wordt gekeken en door de leerling zelf visueel gemaakt hoe groot de vooruitgang is. Dit gebeurt afwisselend door een speciale leerkracht of de rt-er en de onderwijsassistente. Leerlingen kunnen hiervoor rijtjes woorden, teksten of leesboekjes mee naar huis krijgen. Het lezen kan thuis op allerlei manieren gestimuleerd worden. Zie daarvoor ook de speciale pagina over lezen.
 
 
In groep 8 en ook vaak in groep 7 wordt er tijdens de rt vooral gewerkt aan het leesbegrip. Er wordt met de kinderen gesproken over teksten, ze leren verschillende soorten teksten te onderscheiden, de hoofdgedachte eruit te halen, signaalwoorden herkennen, omgaan met moeilijke woorden, enz.  Dit gebeurt onder andere m.b.v. het remediërend programma van De Zuid-Vallei en ook worden oude Cito toetsen gebruikt om de aanpak van een tekst aan te leren.
 
 
 
 
Rekenen:
Soms krijgt een leerkracht in groep 1of 2 al signalen dat er een achterstand is of dreigt te ontstaan in de rekenontwikkeliing van een kleuter. Dan wordt samen met de intern begeleider gekeken waar het eerst aan gewerkt gaat worden. Dit kan zijn hulp op het gebied van tellen, seriëren, classificeren, ordenen, ruimtelijk inzicht of begrippen als meer-minder, groot-klein, enz….Vaak wordt hier door de rt-er, een leerkracht of de onderwijsassistente met allerlei kleutermaterialen aan gewerkt.
       
                    
Rt in groep 3, 4 of 5 : Hierbij gaat het vaak om het automatiseren van plus en minsommen tot 10 en tot 20, keersommen(tafels) en het inzicht in de getallen. Dit is namelijk de basis voor de verdere rekenontwikkeling van de kinderen. We gebruiken daarbij: Met sprongen vooruit, het remediërend programma van de Zuid-Vallei en/of Maatwerk. Ook worden er allerlei rekenspelletjes gebruikt.
 
 
Vaak moeten deze leerlingen eerst weer vertrouwen in het eigen kunnen krijgen. We laten hen zien wat ze allemaal wèl kunnen en proberen van daaruit te werken aan wat minder lukt. In de RT is allerlei extra materiaal beschikbaar. Soms is er alleen de behoefte aan structuur en een kleine groep waarin extra aandacht kan worden gegeven.  Het mooiste compliment is als zo’n leerling zegt: Juf, nou vind ik rekenen weer leuk!
                        
 
Taalontwikkeling
Een goede taalontwikkeling is erg belangrijk voor het functioneren van het kind. Vaak worden in groep 1 en 2 al kinderen gesignaleerd met een achterstand in de taalontwikkeling. Door middel van allerlei taalspelletjes en taaloefeningen worden deze kinderen gestimuleerd. Hierbij worden naast rt- materialen en boeken veelal verschillende spellen uit de kleutergroepen gebruikt. Er wordt geoefend met allerlei begrippen, met het luisteren naar klanken in een woord, rijmwoorden of versjes en er wordt gewerkt aan zinsbegrip en zinsbouw, enz.
    
Woordenschat
Als leerlingen een te geringe woordenschat hebben om de lessen goed te kunnen volgen, krijgen ze hulp bij het leren van woorden. Herhaling is daarbij heel belangrijk zowel in de groep als ook thuis. Afhankelijk van het thema of onderwerp dat in de groep behandeld wordt of het probleem waar het kind tegenaan loopt wordt met de leerkracht gekeken welke woorden er behandeld gaan worden. Samen met de leerling wordt meestal een woordveld gemaakt. Ook hiervan krijgt de leerling iets mee naar huis.
 
Spelling
De leerlingen voor de rt van spelling worden n.a.v. observaties, de toetsen van de methode, Cito en/of het Pi-dictee dat van groep 3 t/m groep 8 wordt afgenomen, gesignaleerd.
Voor spelling hebben we op school de methode Spelling in beeld. We hebben deze methode nu een jaar in gebruik en zijn nog bezig om de voor- en nadelen van de methode te bekijken. De rt van spelling bestaat momenteel uit het extra uitleggen van de spellingregels en het leren categoriseren van de woorden van deze methode. We gebruiken zoveel mogelijk de termen uit de methode. Is het een klankwoord, regelwoord, weetwoord, werkwoord of een woord uit een andere taal moeilijk woord. De klankstrategie benadrukt dat er een vaste relatie bestaat tussen een klank en het schrijven daarvan. Het kan gaan om losse klanken (/oe/ schrijf je als oe), maar ook om clusters van klanken. De regelstrategie leert kinderen regels toe te passen om woorden goed te schrijven. Een voorbeeld is de verlengingsregel. Want waarom schrijf je het woord hond met een d aan het eind? Je kunt het horen door het woord langer te maken (honden). Weetwoorden: Bij veel woorden is de koppeling tussen klanken en schrijfwijze niet eenduidig. De ei klinkt bijvoorbeeld hetzelfde als de ij. Kinderen leren dat ze deze woorden moeten onthouden door inprenting. Er blijven altijd woorden waarvan de juiste spelling voor twijfels zorgt. Spelling in beeld leert kinderen daarom ook om woorden op te zoeken in een woordenlijst of woordenboek. En ze leren woorden te schrijven naar analogie van een voorbeeldwoord.
 De leerlingen hebben een eigen mapje waarin ze de woorden bij de goede categorie plaatsen en waarbij steeds het kenmerk van die categorie benadrukt wordt. Is er nog tijd voor dan oefenen we ook op de computer. De leerlingen krijgen de woorden uit de behandelde categorie mee naar huis om te oefenen.